Wie mag een MJOP opstellen?
De wet stelt geen enkele eis aan wie een meerjarenonderhoudsplan opstelt, dus dat mag iedereen, ook het bestuur van de VvE zelf. Er is één uitzondering, en die staat in de Woningwet.
De wet stelt geen eis aan de schrijver
Een MJOP is een van twee routes om te bepalen hoeveel een VvE jaarlijks in het reservefonds stopt (art. 5:126 lid 2 BW). Over wie dat plan opstelt zegt dat artikel niets, en dat is geen omissie. Bij de behandeling van de wet is gevraagd om een certificeringseis, en de regering heeft die geweigerd:
“… ook al hoeft het MJOP niet te worden opgesteld door een (gecertificeerd) bedrijf of deskundige. Het VvE-bestuur of VvE-leden mogen ook zelf het MJOP opstellen.”
Eén ding moet wél: het plan telt pas mee voor het reservefonds als de vergadering van eigenaars het vaststelt. Dat vraagt een meerderheid en geen unanimiteit (art. 5:127 lid 1 BW).
De uitzondering: als de gemeente het plan oplegt
Er is één route waarin de wet wél voorschrijft wie het plan maakt, en die staat buiten het appartementsrecht. Het college van burgemeester en wethouders kan een VvE verplichten een onderhoudsplan te laten opstellen door een deskundig persoon of een deskundige instantie (art. 12d lid 1 Woningwet).
Dat mag het college alleen als de VvE geen onderhoudsplan heeft én het gebouw in een gebied ligt waarin de leefbaarheid naar zijn oordeel onder druk staat. Er gaat ook een stap aan vooraf: eerst moet er met toepassing van art. 5:127a BW een vergadering van eigenaars zijn bijeengeroepen, en pas als de VvE drie maanden daarna nog geen plan heeft mag het college de verplichting opleggen. Die tussenstap vervalt als redelijkerwijs voorzienbaar is dat hij niets oplevert (lid 2). Loopt het plan langer dan vijf jaar, dan moet een deskundig persoon of een deskundige instantie het elke vijf jaar herzien.
Zo'n opgelegd plan gaat ook ergens naartoe: het college krijgt binnen vier weken een afschrift (lid 4). Bij de route van art. 5:126 hoeft het plan nergens heen.
Twee plannen in de wet, en ze zijn niet hetzelfde
| Voor het reservefonds | Opgelegd door de gemeente | |
|---|---|---|
| Grondslag | art. 5:126 lid 2 sub a BW | art. 12d Woningwet |
| Wie het mag opstellen | iedereen, ook het bestuur zelf | alleen een deskundig persoon of een deskundige instantie |
| Hoe ver vooruit | ten minste 10 jaar | 5 jaar |
| Reservering ná die periode | niet gevraagd | een schatting hoort erbij |
| Waar het heen moet | nergens | afschrift naar het college, binnen 4 weken |
| Waarom je het maakt | vrijwillig, om de reservering te onderbouwen | omdat het college het oplegt |
Wat wij maken is een plan voor de eerste route. Of iemand een deskundig persoon is in de zin van art. 12d laat de wet open, en die vraag beantwoorden wij hier niet.
Wat er rondgaat, en wat de wet zegt
11 beweringen die je bij het zoeken tegenkomt, op 25 augustus 2026 nagekeken tegen de wet en de Kamerstukken.
| Bewering | Oordeel | Wat de wet zegt | Vindplaats |
|---|---|---|---|
| Een MJOP is wettelijk verplicht voor elke VvE. | onjuist | Verplicht is het reservefonds. Het plan is een van twee routes voor de minimale jaarlijkse reservering. “De vereniging houdt een reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten.” | Art. 5:126 BW: reservefonds en de twee routes voor de jaarlijkse reservering art. 5:126 lid 1 BW |
| Een MJOP mag alleen worden opgesteld door een gecertificeerd bedrijf of een gecertificeerde deskundige. | onjuist | Voor de route van art. 5:126 stelt de wet geen enkele eis aan wie het plan maakt. Zie de laatste regel van deze lijst voor het geval waarin dat anders ligt. “ook al hoeft het MJOP niet te worden opgesteld door een (gecertificeerd) bedrijf of deskundige. Het VvE-bestuur of VvE-leden mogen ook zelf het MJOP opstellen.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 3: memorie van toelichting |
| Een zelf opgesteld MJOP vraagt de unanieme instemming van alle leden. | onjuist | De vergadering stelt het plan vast, en zij besluit bij volstrekte meerderheid tenzij de statuten van deze VvE iets anders zeggen. Lees dus wel de eigen akte. “De besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, voor zover de statuten niet anders bepalen.” | Art. 5:127 BW: hoe de vergadering van eigenaars besluit art. 5:127 lid 1 BW |
| Het plan moet een conditiemeting volgens NEN 2767 bevatten. | onjuist | Het is bij de behandeling van de wet voorgesteld en niet overgenomen. De woorden NEN, 2767 en conditiemeting komen in heel Boek 5 niet voor. “Zo is voorgesteld om deze te verbinden aan een NEN norm … Hiervoor is niet gekozen omdat een dergelijke normering of aanscherping leidt tot extra kosten … en de verplichte inhuur van een gekwalificeerde deskundige terwijl het goed mogelijk is dat een VvE hier zelf de expertise voor in huis heeft.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 3: memorie van toelichting |
| Kleine VvE's zijn vrijgesteld van de reserveringsplicht. | onjuist | Om zo'n uitzondering is bij de behandeling van de wet gevraagd en de regering heeft hem geweigerd. “Er is daarom ook geen aanleiding om in dit verband onderscheid te maken tussen grote en kleine VvE’s.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 6: nota naar aanleiding van het verslag |
| Elke VvE moet sinds 2018 een onderhoudsplan hebben. | onjuist | Twee dingen door elkaar. Het reservefonds is verplicht sinds 1 mei 2008, en wat in 2018 begon is de minimale jaarlijkse reservering, niet een plan. “Een reservefonds is verplicht voor alle VvE’s sinds 1 mei 2008.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 3: memorie van toelichting |
| Een VvE die alleen een parkeergarage bezit hoeft niet te reserveren. | onjuist | De norm van 0,5% geldt daar niet, omdat het gebouw niet voor bewoning is bestemd. De plicht om een reservefonds aan te houden geldt wel. “De VvE «parkeergarage» is uiteraard nog wel verplicht om op grond van artikel 126 lid 1 te reserveren.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 3: memorie van toelichting voetnoot 34 |
| Er is een toezichthouder die controleert of een VvE genoeg reserveert. | onjuist | Niet voor de route van art. 5:126. De leden kunnen het onderling wel afdwingen, en voor een plan dat de gemeente oplegt geldt iets anders. “Zij kunnen, indien nodig, nakoming van de norm afdwingen via het privaatrecht. Er is niet voorzien in handhaving door een externe toezichthouder” | Kamerstukken II 34 479, nr. 6: nota naar aanleiding van het verslag |
| De 0,5% is een verouderd getal uit 2008 dat niemand heeft nagerekend. | onjuist | Het komt uit een rapport uit 2008, maar de toelichting noemt in dezelfde alinea een later onderzoek dat het bevestigt. Wat er wel van klopt: de 0,5% is een wettelijke ondergrens voor iedereen en geen berekening aan jouw gebouw. “Dit wordt bevestigd in recent door een extern bureau uitgevoerd onderzoek. Daarin wordt geconcludeerd dat 0,5% van de herbouwwaarde als maat voor de jaarlijkse reservering een goede indicatie is.” | Kamerstukken II 34 479, nr. 3: memorie van toelichting |
| Een onderhoudsplan kijkt altijd minstens tien jaar vooruit. | onvolledig | Tien jaar geldt voor de route van art. 5:126 lid 2 sub a. Een plan dat de gemeente oplegt kijkt vijf jaar vooruit en moet daarnaast zeggen wat er na die periode gereserveerd moet worden. “de onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan en de vernieuwingen van die gedeelten van het gebouw waarover de vereniging van eigenaars het beheer voert over een periode van vijf jaar” | Art. 12d Woningwet: het door de gemeente opgelegde onderhoudsplan art. 12d lid 3 Woningwet |
| Er bestaat geen enkel geval waarin de wet een deskundige voorschrijft. | onjuist | Dat geval bestaat wel. Het college kan een VvE zonder plan, in een gebied waar de leefbaarheid onder druk staat, verplichten er een te laten opstellen door een deskundige, en het afschrift gaat binnen vier weken naar het college. “die vereniging van eigenaars verplichten tot het binnen een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen termijn laten opstellen van een onderhoudsplan door een deskundig persoon of een deskundige instantie” | Art. 12d Woningwet: het door de gemeente opgelegde onderhoudsplan art. 12d lid 1 Woningwet |
Deze lijst staat ook als bestand op /beweringen-2026-08-25.csv, onder CC BY 4.0, met per regel het citaat en het adres. Overnemen mag, met onze naam erbij. Die voorwaarde geldt voor onze selectie en onze oordelen; de geciteerde wetstekst is van niemand en de zinnen uit de Kamerstukken staan er als citaat. Er staan geen namen van uitgevers in: het gaat om de bewering en de bron, niet om wie hem heeft opgeschreven.
Wat er verandert als het wetsvoorstel doorgaat
Er ligt een wetsvoorstel in internetconsultatie dat de minimumperiode van de eerste route van tien naar dertig jaar schuift. De consultatie loopt tot en met 20 september 2026. Het is nog geen wet, en het zou alleen gelden voor plannen die ná invoering worden vastgesteld. Aan wie het plan mag opstellen verandert het voorstel niets.
Veelgestelde vragen
Mag een VvE-bestuur zelf een MJOP maken?
Ja. De wet stelt geen enkele opleidings- of certificeringseis aan wie het plan maakt, en die eis is bij de behandeling van de wet uitdrukkelijk afgewezen: “Het VvE-bestuur of VvE-leden mogen ook zelf het MJOP opstellen” (Kamerstukken II 34 479, nr. 3). Eén uitzondering: heeft de gemeente het plan opgelegd op grond van art. 12d Woningwet, dan moet een deskundige het opstellen.
Moet een zelf opgesteld MJOP unaniem worden goedgekeurd?
Nee. De vergadering van eigenaars stelt het plan vast, en die besluit “bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, voor zover de statuten niet anders bepalen” (art. 5:127 lid 1 BW). Let op die laatste woorden: de eigen akte kan een hogere drempel zetten, dus lees hem na.
Moet het plan aan NEN 2767 voldoen?
Nee. Het is bij de behandeling van de wet voorgesteld en niet overgenomen: “Hiervoor is niet gekozen” (Kamerstukken II 34 479, nr. 3). De woorden NEN, 2767 en conditiemeting komen in heel Boek 5 niet voor.
Is een MJOP verplicht?
Uit zichzelf niet. Verplicht is het reservefonds (art. 5:126 lid 1 BW). Voor de hoogte van de jaarlijkse reservering zijn er twee routes: een door de vergadering vastgesteld onderhoudsplan, of ten minste 0,5% van de herbouwwaarde. Het plan is dus een van twee manieren om aan het minimum te voldoen. Opgelegd wórden kan wel: het college kan een plan eisen op grond van art. 12d Woningwet.
Liever niet zelf
Zelf een MJOP maken mag, kost wel een avond of wat uitzoekwerk. Wij maken het plan voor één vast bedrag, ongeacht het aantal appartementen, en er komt niemand langs. Zo ziet zo'n plan eruit: een voorbeeld van dertig jaar, en dit kost een MJOP bij andere aanbieders.